
Provincie Gelderland stelt extra geld beschikbaar voor een archeologisch onderzoek naar de historische schepen die zijn gevonden bij het herinrichtingsproject Over de Maas. In totaal gaat het om € 1,6 miljoen euro. Dat geld is ook nodig om te zorgen dat de schepen goed bewaard blijven en om onderzoek te doen naar de andere archeologische vondsten.
In de uiterwaarden tussen Dreumel en Alphen, gemeente West Maas en Waal, zijn de afgelopen jaren veel archeologische vondsten gedaan. Het is een van de grootste en rijkste archeologische vindplaatsen van Nederland. Er zijn ruim 20 schepen gevonden en ongeveer 150.000 andere archeologische vondsten gedaan. De schepen die zijn opgegraven, zijn eigendom van Provincie Gelderland.
Het complex van schepen en scheepsdelen dat op deze plek is gevonden, is heel bijzonder. Daarom is aanvullend onderzoek nodig. Dat kan bijvoorbeeld meer informatie geven over om wat voor type schepen het precies gaat, hoe de riviervaart eruitzag en hoe de schepen op deze plek terecht zijn gekomen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) hielp door te onderzoeken hoe bijzonder de gevonden schepen zijn (waarde stellend onderzoek). Hieruit bleek dat 2 schepen heel bijzonder zijn omdat ze uit een overgangsperiode tussen de Romeinse tijd en de middeleeuwen komen. De schepen moeten geheel geconserveerd worden, zodat ze tentoongesteld kunnen worden. Provincie Gelderland zal daar dan ook opdracht voor geven.
Tot nu toe is bekend dat de schepen komen uit een periode tussen de midden-Romeinse tijd en de late middeleeuwen. Dat wil zeggen tussen de 2e en 3e eeuw na Christus en de 15e eeuw na Christus. Tussen het oudste schip en het jongste schip dat is gevonden zit meer dan 1.000 jaar. Dat maakt het gebied met het scheepskerkhof extra bijzonder. Gedeputeerde Peter Drenth: “Deze plek is uniek. Al deze schepen bij elkaar, dat is een bijzonder verhaal waar we meer over willen weten. Uiteindelijk is dat wat onze geschiedenis is: verhalen over het verleden die we willen behouden en vertellen. En die helpen om te begrijpen waar we vandaan komen. De geschiedenis is een deel van wie wij zijn als Gelderlanders.”
Bij Over de Maas zijn nog veel meer vondsten gedaan. Er is door de provincie een kwartiermaker aangesteld. De kwartiermaker kijkt met alle partijen die bij de vondsten betrokken zijn, wat er moet gebeuren met de rest van het gevonden materiaal. Dat zijn vondsten waarvan de provincie geen eigenaar is. Door de grote hoeveelheid en de complexiteit van de vondsten is het voor de vinders, de Stichting Expeditie Over de Maas, moeilijk om in haar eentje alles goed te bestuderen en conserveren. De kwartiermaker brengt met hen in kaart om wat voor vondsten het precies gaat en wat een goede manier is om deze samen met alle partijen verder te onderzoeken, te conserveren, te publiceren en te presenteren.